03-08-08

0-1 jaar ontwikkeling

Ontwikkelings-cursus

Ontwikkeling van een kind van 0 - 1 jaar  

FYSIEK

Myspace Graphics

  • Een pasgeborene is ongeveer 50 cm groot en weegt ongeveer 3400g. Gedurende de eerste dagen na de geboorte is er meestal een gewichtsverlies maar dat wordt gedurende het eerste levensjaar ruimschoots gecompenseerd: tegen de 5de maand weegt de baby al ongeveer het dubbele van bij zijn geboorte! Bij zijn eerste verjaardag zal hij zelfs tot 3x zijn geboortegewicht bereikt hebben.
  • De ontwikkeling van de motoriek (beweging) loopt van boven naar beneden.
  • Eerst vertevigen de nekspieren zich waardoor het kind al na 2 -3 maand zijn hoofd kan optillen vanuit buiklig. Dat betekent dat het kind binnen een paar maand in staat is om zijn hoofdje zelf in bedwang te houden zodanig dat het niet achterover valt als je het loslaat. Vanzelfsprekend is de belangrijkste bezigheid in dit ontwikkelingsstadium het rondkijken (zien) en voelen. Een baby van 2 à 3  maand ziet het best felle kleuren en voorwerpen die op een afstand gehouden worden van 20 à 30 cm. Daarnaast merk je dat het kind ook intens geniet van aanrakingen (voelen).
  • Eerst verstevigen de nekspieren zich waardoor het kind al na 2 à 3 maand zijn hoofd kan optillen vanuit buiklig. Dat betekent dat het kind binnen een paar maand in staat is om zijn hoofdje zelf in bedwang te houden zodanig dat het niet achterover valt als je het loslaat. Vanzelfsprekend is de belangrijkste bezigheid in dit ontwikkelingsstadium het rondkijken (zien) en voelen. Een baby van 2 à 3  maand ziet het best felle kleuren en voorwerpen die op een afstand gehouden worden van 20 à 30 cm. Daarnaast merk je dat het kind ook intens geniet van aanrakingen (voelen).
  • Daarna verstevigen de schouderspieren zich rond 4 à 6 maand, waardoor het kind zich kan oprichten vanuit buiklig. In dit stadium zal het kind er alles aan doen om zich te draaien van op zijn buik, naar zijn rug. Nu begint eveneens het moment van de oog-handcoördinatie: de sensomotiek. Hij grijpt met de volle hand een voorwerp vast en brengt het naar de mond want de mond is op dit ogenblik de belangrijkste bron van ontdekken: hij bijt op speelgoed, op zijn voetjes,… Daarnaast is ook te merken dat hij soms al kan reageren op geluiden: hij kijkt op als hij een deur hoort vb.
  •  Vervolgens verstevigen de rugspieren zich rond de 7de maand, waardoor het kind in eerste instantie kan opzitten met hulp, en later kan opzitten zonder hulp. Nog later kan hij zelfs al rond zijn as draaien terwijl hij neerzit. Dat zorgt ervoor dat hij de wereld volledig anders gaat bekijken: hij is volop in zijn experimenteerperiode. Eerst en vooral worden de dingen goed betast met de handen (hij leert nu warm/koud/ruw/glad/hard/zacht kennen) en daarna verdwijnt het opnieuw naar de mond. De baby is bijzonder aandachtig voor details: kleine gaatjes, loszittende stukjes, knopjes om in te drukken,…
  • Tot slot verstevigen de beenspieren zich rond 10 maand, waardoor het kind kan kruipen, later rechtstaan en nog later stappen met hulp en stappen zonder hulp. Voor het eerst is hij nu ook in staat om de pincetgreep uit te voeren (greep tussen wijsvinger en duim). Dat verbreed de kijk op de wereld waardoor hij bepaalde zaken al wil gaan nadoen: net als de volwassene de neus aanduiden vb, of zelf al eens de lepel vasthouden…
    • In het begin is de baby dus nauwelijks in staat om te veranderen van houding. Zijn reflexen zijn de belangrijkste bron van de sensomotoriek
      • Zuigreflex
        • Aai de wang van de baby en hij zal zijn hoofd naar je hand draaien
      • Stapreflex
        • Duw met de platte hand op de voetzool van de baby en hij zal duwen aan je hand. Zo kan hij ook al eens een stapje verzetten met zijn voet.
      • Grijpreflex
        • Wanneer je de handpalm van de baby aanraakt met je vinger, opent hij zijn handje en grijpt hij je vinger vast.
      • Mororeflex
        • Wanneer een baby schrikt, zal hij zijn armen en vingers openzwaaien en daarna terug dicht zwaaien (alsof hij een stevige knuffel geeft)
      • Babinski reflex
        • Wanneer je de voetzool van de baby aanraakt zal hij zijn  tenen spreiden en daarna terug dicht knijpen: alsof hij wil grijpen met zijn voet.
      • Vertraagde oogreflex
        •  In het begin zullen de ogen trager draaien dan het hoofdje.
  • De baby reageert het best op de hoge toonhoogtes (horen). Van nature uit zullen volwassenen daarom automatisch op een hogere toon spreken wanneer ze een baby aanspreken.
  • Hij merkt nu stilletjes aan een verschil op in smaken: wanneer een moeder borstvoeding geeft en iets gegeten heeft dat de baby minder bevalt, zal hij minder moedermelk drinken. (smaken)
  • Tijdens de eerste weken na de geboorte ruikt (ruiken) de baby het verschil tussen zijn eigen moeder en een andere (zogende) vrouw.
  • Vergeet bovendien niet dat de tandjes zullen doorbreken rond de 5de levensmaand.

PSYCHISCH 

Myspace Graphics

  • Alles wat de baby in eerste instantie waarnam, zal hij onbewust opnemen.
  • Rond 6 weken is hét moment van de sociale glimlach: hij lacht naar iedereen en alles. Pas vanaf 8 maand maakt hij een verschil naar wie hij lacht: naar de buurvrouw lacht hij niet, maar naar mama wel vb. Dat stelt hem in staat om voor het eerst een “persoonlijkere” relatie aan te gaan.
  • Vanaf 6 à 7 maand begint het geheugen verbeteringen te maken. Hij begint stilletjes aan te beseffen dat, wat hij niet meer ziet, daarom ook niet verdwenen is van de aardbol (objectpermanentie). Door z’n groter waarnemingsbesef maakt de baby al onderscheid in verschillende patronen (mama doet de pyjama aan, ik zal moeten slapen), hij maakt zelf duidelijk of hij iets graag eet of niet, hij reageert wanneer je z’n naam noemt. Dat betekent natuurlijk niet dat hij al een zeer groot geheugen heeft: het is zelfs eerder beperkt maar toch is de baby al in staat om waarnemingen in beperkte mate te interpreteren. Vooral imitatie is hier van belang.
  • Hij denkt vooral in het hier en nu maar kan nog onmogelijk in het verleden denken of in de toekomst,
  • Hij houd ook sommige zaken nog niet vast in het geheugen: zo kan het gebeuren dat een kruipende baby vb toch aan het tafellaken trekt terwijl je zopas nog gezegd hebt dat hij dat niet mag doen. Hij is het vergeten.
  • Bovendien is hij egocentrisch: hij is nog niet in staat om zich empatisch op te stellen. Zo kan papa niet door de telefoon zien met welk speelgoed hij gespeeld heeft deze middag… 

Het kind is nog niet in staat om een onderscheid te maken tussen werkelijkheid en fantasie, levenloze zaken en levende zaken (Samson kan écht praten). Dat kan hem ook angstig maken voor situatie’s, patronen, mensen of voorwerpen.

SOCIAAL

Myspace Graphics

 

 

Het is begrijpelijk dat de baby begint te huilen bij de geboorte want hij wordt van zijn vertrouwde omgeving ineens in een wereld gebracht waarin geluiden veel luider zijn, er veel feller licht is, het ineens een stuk drukker is…  Troosten kan op verschillende manieren:

Wrijven over de huid van de baby

  • Wiegen
  • Baby op de buik leggen
  • Fopspeen geven
  • Ritmisch op het ruggetje van de baby tokkelen
  • Zachjes zingen

  • Er zijn veel redenen waarom een kind kan huilen:
    • Honger, dorst
    • Krampen
    • Koorts
    • Koud
    • Eenzaamheid
    • Natte luierne
    • Pijn
    • Verveling
  • Maar binnen de kortste keren bouwt de baby een zekere band op met zijn verzorgers, in het begin gaat die vooral over het fysieke: hij ruikt mama, hij hoort mama’s stem, hij smaakt moeders melk,...
  • Het enige communicatiemiddel voor de pasgeborene is huilen: het is aan de verzorgers om de verschillende huiltjes te leren kennen. Hij voelt zich wel getroost als hij zijn verzorger ruikt, hoort, ziet… , dat is merkbaar aan zijn glimlach. Hij raakt emotioneel gehecht aan zijn verzorgers.
  • Vanaf een half jaar tot een jaar gaan we de baby als “moederskind” beschouwen: van zodra het in de mogelijkheid is om zich zelf te verplaatsen, zijn moeder zal opzoeken. Het is mogelijk dat de baby begint te huilen als het iemand anders dan zijn moeder ziet: hij heeft last van vreemdenangst (rond 8 maand) en scheidingsangst.
  • Hij kan/wil z’n speelgoed wel al afgeven, maar wil het in een mum van tijd terug
  •  Hij weet snel hoe hij de aandacht van z’n mama kan opeisen
  •  Hij kan bepaalde handelingen achter doen (neusje pakken, klappen in de handjes,...)
  • Andere baby’s zijn voorlopig in de ogen van het kind jonger dan een jaar, speelgoed. Daardoor kunnen de eerste ruzies ontstaan.

EDUCATIEVE & ONTSPANNENDE SPELLETJES

  • Knuffelen van het kind
  • Strelen van de voetzool, wang, handjes,…
  • Babymassage
  • Mobile met felle kleuren hangen, op een 20 à 30 cm van het kindje
  • Voelmat
  • Rondlopen met de baby en ondertussen voorwerpen benoemen
  • Voorwerpen aanreiken, laten afgeven
  • Voorwerp op x aantal cm voor de baby leggen zodanig dat hij zelf moet reiken naar het voorwerp
  • Activity center
  • Kinderliedjes zingen
  • Blokkentoren laten omgooien
  • Prentjes bekijken 
  •  Zeepbellen pakken
  • Baby laten kruipen tussen je benen, tussen ballonnen, over een kussen,... 

MEEST VOORKOMENDE ZIEKTEN & KWAALTJES (ook voor andere leeftijden)

  •  Koorts

    • We kunnen van koorts spreken bij een kind, wanneer de lichaamstemperatuur hoger is dan 38.2°C. Het is geen ziekte, maar wel een signaal dat er iets fout gaat in het lichaam. Wanneer een kindje koorts heeft ga je eerst en vooral kijken of het kind niet te warm is toegedekt, aangekleed… Zorg ook voor een gezonde kamertemperatuur (20°C is zeker voldoende). Ga niet zomaar experimenteren met een koortswerend middel, geef dat enkel wanneer de huisarts je dat aangeraden heeft. Sowieso mag het kind niet in een korte tijd afkoelen: geef hem een afkoelingsbadje met lauw water. Begin met een badje van 37°C en ga stapsgewijs naar beneden met de watertemperatuur. Geef het kindje wat extra drinken en raadpleeg de arts.

  • Koortsstuipen
    • Stuipen zijn een onwillekeurige samentrekking van de spieren die voorkomt bij hoge koorts. Stuipen komen regelmatig voor bij jonge kinderen. De oorzaak ligt bij een elektrische ontlading in de hersenen ten gevolge van de hoge lichaamstemperatuur. Normaal duren stuipen maximum een paar minuten en komen ze enkel voor wanneer het kindje koorts heeft. Merk je dat het kindje toch "stuipen" heeft zonder de voorgaande factoren, of dat het kindje jonger is dan 6 maand, dan neem je best contact op met de arts. Het gaat hier om symptomen als onwillekeurig samentrekken van de spieren, verstijven, hoge koorts, bewusteloosheid, roodheid van de huid, trillende bewegingen van het lichaam, veranderde ademhaling. Wanneer het kind koortsstuipen krijgt is het belangrijk om de koorts te laten zakken. Dat kan door het geven van een afkoelingsbadje (lauw-warm badje). Anderzijds zal men ook hulp moeten vragen aan een arts.
  • Verkoudheid
    • Bij verkoudheid zijn de ademhalingswegen besmet met een virus. Dit kan gepaard gaan met een verstopte neus, niezen, lichte verhoging, keelpijn, hoest, hoofdpijn, oorpijn, tranende ogen, pijnlijke lymfeklieren in de hals, koortsuitslag en verlies van smaak en reuk. Bij patiënten met astma of chronische benauwdheid en bij zuigelingen kan extra benauwdheid optreden. Bij verkoudheid raken ook vaak de kaak- en voorhoofdsholte ontstoken, waardoor kies en hoofdpijn optreden. Een verkoudheid duurt niet lang, meestal een week.Verkoudheid wordt veroorzaakt door besmetting met een verkoudheidsvirus. Er bestaan vele soorten. Het is onmogelijk om verkoudheid te voorkomen. Een goede lichamelijke weerstand en een goede conditie kunnen wel de klachten verminderen. Zorg in ieder geval voor een goede nachtrust, een goede luchtvochtigheid en ventilatie in de leefomgeving en drink voldoende. Vaak en krachtig snuiten prikkelt het slijmvlies in de neus en zorgt ervoor dat besmet slijm in de voorhoofdsholten en oren kan komen. Daarom is het beter de neus niet te hard te snuiten, of beter nog op te halen.
  • Diarree
    • Diarree is de term die men gebruikt wanneer men het heeft over té vloeibare ontlasting óf als men vaker ontlasting heeft dan normaal. Meestal gaat diarree na een twee tot drietal dagen vanzelf voorbij, als dat niet het geval is, dan is het beter om de huisarts te contacteren. Men spreekt van "chronische diarree" als deze langer dan 2 weken aansleept. Stress, spanning, gejaagdheid, inname van bepaalde voedingsmiddelen, een eenzijdige voeding, bedorven of besmet voedsel nuttigen, overmatig gebruik van vitamines, voedselintolerantie, bijwerkingen van sommige geneesmiddelen, overmatig gebruik van laxeermiddelen, afwijking van de darmwand, infectie, buikgriep, slechte hygiënisch onderhoud,… kunnen allemaal zorgen voor diarree. Als diarree langdurig aansleept en niet voldoende gecompenseerd wordt met de opname van vocht, kan men te maken krijgen met uitdroging (dehydratatie). Vooral bij baby's, peuters, kleuters en bij ouderen is de kans groot op deshydratatie.Bepaalde medicijnen zijn ook minder werkzaam nadat er diarree geweest is bij de patiënt (denk maar aan de pil). Diarree zorgt er ook voor dat bepaalde mineralen, vitamines en voedingsstoffen te weinig (of niet) opgenomen worden door het lichaam. De meest voorkomende klachten zijn winderigheid, opgeblazen gevoel in de buik, vaker moeten ontlasten, ontlasting is vloeibaar(der) dan normaal, buikpijn, ongemakkelijk gevoel in de buik/darmen. De preventie bestaat uit het eten van havervlokken, rijpe banenen en appels, veel water te drnken, evenwichtige en gevarieerde voeding te nuttigen en geen abrupte veranderingen in het dieet toe te passen.
  • Krampen
  • Constipatie
    • Constipatie of verstopping is een vaak voorkomend probleem waar men zelf veel kan aan doen. Bij constipatie ondervind de patiënt problemen bij de ontlasting. Dat kan gaan over een té harde stoelgang, te weinig stoelgang maken, pijn bij de onlasting, onregelmatige stoelgang, veranderde stoelgang of erg droge stoelgang. Men kan pas van constipatie spreken als de patiënt minder dan drie keer per week ontlasting heeft. Voeding met een stoppend effect zijn o.a banenen, beschuit, witte rijs, rode wijn, meel, melk, hardgekookte eieren, wit brood, toast,…

MEEST VOORKOMENDE ONDERZOEKEN (ook voor andere leeftijden)

  •  Gewicht, lengte, schedelomtrek
  • Gehoortest
  •  Van Wiechenonderzoek (opvolging van gewicht, lengte, schedelomtrekt etc)
  • Vaccinatieschema
    • 2 maanden 
      • Hepatitis B (HepB), pneumokokken (Pneu) en rotavirus
    •  3 maanden
      • Drifterie, kinkhoest, tetanus, poliomeylitis (DKTP) - Haemophilus influenzae type B (Hib) 
      • Hepatitis B (HepB), rotavirus
    • 4 maanden
      • Drifterie, kinkhoest, tetanus, poliomeylitis (DKTP) - Haemophilus influenzae type B (Hib)
      • Hepatitis B (HepB), pneumokokken (Pneu) en rotavirus
    • 12 maanden
      • Bof, mazelen, rode hond (BMR)
      • Pneumokokken (Pneu)
    • 15 maanden
      • Drifterie, kinkhoest, tetanus, poliomeylitis (DKTP) - Haemophilus influenzae type B (Hib) 
      •  Hepatitis B (HepB) en Meningococcen type C (Men C)
    • 5 - 7 jaar
      • Drifterie, kinkhoest, tetanus, poliomyelitis (DKTP)
    • 10 - 13 jaar
      • Bof, mazelen, rode hond (BMR)
      • Hepatitis B(HepB)
    • 14 - 16 jaar
      • Drifterie
      • Tetanus
    • Drifterie, kinkhoest, tetanus, poliomeyelitis (DKTP) - Haemophilus influenzae type B (Hib) 

14:39 Gepost door Kidsfun, in samenwerking met gezondheidshoekje.com in Ontwikkeling | Permalink | Commentaren (0) | Tags: sociaal, psychisch, onderzoeken, fysiek, kwaaltjes, 0-1jaar |  Facebook |