10-08-08

Kinderschoenen

Ontwikkelings-cursus

Kinderschoenen aankopen en dragen

minimetmamaschoenen

Voor de eerste keer schoentjes kopen,is altijd iets speciaal: het is een teken dat je kindje zijn eerste stapjes gezet heeft en dat je hem/haar de beste mogelijkheden wil bieden om volwaardig te leren stappen. Je koopt schoentjes vanaf het moment dat het kindje kan stappen (rond 1.5 jaar), maar blootvoets stappen is ook goed als de ondergrond veilig is. Bij de aanschaf van kinderschoenen let je op verschillende za
ken:

  • de schoentjes dienen stevig te zijn
    • stevige zooltjes
    • sluitingen die de kleine zelf niet open kan prutsen
    • flexibele maar stabiele stof
  • leuke kleurtjes zullen extra aantrekkelijk zijn voor het kind
  • de stof is best ademend
  • de schoen dient passend te zijn
    • de tenen mogen in geen geval tegen de top zitten
    • de wreef mag ook in geen geval schuren
    • je kind moet direct gemakkelijk zitten in de schoenen
  • het is zeker niet de bedoeling dat je kind de ganse dag rondloopt met de schoenen. Doe ze aan op het moment dat je buiten gaat en doe ze ook weer af en als je binnenkomt.
  • controleer regelmatig of de schoenen nog passend zijn. De voetjes van je baby groeien in een snel tempo

15:51 Gepost door Kidsfun, in samenwerking met gezondheidshoekje.com in Ontwikkeling | Permalink | Commentaren (0) | Tags: schoenen, kledij, babyuitzet, grove motoriek |  Facebook |

03-08-08

2-3jaar

Ontwikkelings-cursus

De ontwikkeling tussen 2 -3 jaar

disneybabies_mickeymouse_06

  • Vanaf 2 jaar gaat de fysieke ontwikkeling razendsnel: hij kan de trap afgaan, zich aan en uitkleden, grote knopen openen en sluiten, broek en onderbroek naar beneden trekken, koprollen maken, driewieleren, verhaaltjes luisteren (met een maximumduur van 15min), knippen, puzzelen, potlood vasthouden, bal werpen en vangen…
  • Hij is wel nog altijd liefst in de omgeving van een volwassene. Hij kan al goed alleen spelen, wanneer hij daarmee bezig is, laat je hem best gewoon z’n gang gaan. Hem storen zorgt ervoor dat hij zich afhankelijk opstelt naar je, zelfs al is het om te spelen. Speel je even met hem mee, zorg er dan voor dat je op gelijke hoogte komt met het kind en geen te grote verwachtingen hebt van het spel.  Bovendien kan je het kind ook al leren opruimen. Zorg ervoor dat opruimen geen ‘saai opdrachtje’ wordt, maar dat het opruimen ook een spelletje is. Dat kan je doen door 
    •  een liedje te zingen terwijl jullie samen opruimen
    •  gek te doen terwijl jullie opruimen
    • steeds op een vast moment opruimen (vb voor het avondeten)
    • vaste bergplaatsen te gebruiken (kind heeft nood aan structuur)
    • te tonen hoe je opruimt, zelfs al is het kind nog geen 2 jaar. Toon hem dat je zoiets leuk vind. Een volwassene die zeurt over het opruimen zal zowiezo ook geen blij gezicht krijgen van het kind bij het opruimen.
    • Zeg hem duidelijk waar alles hoort te zitten
    • Geef hem een beloning voor z’n goede werk.

PSYCHISCH

disneybabies_mickeymouse_01

  • Fantaseren is momenteel z’n lust en z’n leven. Hij fantaseert dat voorwerpen ineens een andere functie hebben: het potje draagt hij op z’n hoofd, de hond is een kind, het lakentje over de tafel is een huisje… Hij zal ook meer en meer een doe-alsof spel creëren: mama en papa spelen, prinsesje spelen,…
  • Hij begint ook tijdsbegrippen te ontdekken zoals ‘voor’ het slapen, ‘na’ het eten, ‘tijdens’ het spel… Dat is een hele verandering: er wordt niet alleen maar gedacht in het “hier en nu”, ook toekomst en verleden beginnen een rol te spelen in het leven van de kleuter.
  • Liegen is op dit moment meer aan de orde omdat hij zijn eigen fantasie gelooft. Ga hier niet te veel op in: negeren is de beste remedie.
  • Je kunt het kind vanaf nu al zaken leren die hij effectief zal onthouden. Begin altijd simpel en bouw systematisch op, maar heb nog geen al te hoge verwachtingen van de mogelijkheden van het kind.

SOCIAAL

disneybabies_minnimouse_14

  • Een grote verandering in deze levensfase, zowel voor de kleuter als voor z’n verzorgers is, dat het kind zich nu al eens durft verzetten omdat hij zich steeds meer bewust is van z’n eigen zijn en kunnen.  Bovendien is hij er heel zeker van dat mama niet boos zal blijven. Maar ter gelijke tijd is hij ook doodsbang dat hij mama’s liefde zal kwijt raken: hij raakt in conflict met zichzelf.
  • Vanaf zijn derde verjaardag kan hij zich al in het standpunt van een ander plaatsen, in een beperkte mate weliswaar. Het egocentrisme neemt af.
  • Dat betekent ook dat hij al meer andere kinderen kan verdragen in zijn buurt. Hij speelt weliswaar nog steeds liefst alleen, maar kan het wel al een stuk beter verdragen dat een ander kind naast hem speelt (parallel spel). Hij kan wel al eens met een ander kind spelen, maar dat duurt meestal niet veel langer dan een tiental minuten want het spel wordt snel een conflict: meestal om een stuk speelgoed. Het kind heeft op deze leeftijd een enorm “eigendomsgevoel”. Mama is van hem, het speelgoed is van hem, die jas is van hem… Eerst zal het kind leren met een volwassene te spelen, en later pas met een ander kind (meestal eerst een leeftijdsgenootje). Langzamerhand zal hij zich meer gaan bekommeren om een ander: een ander helpen, troosten, bemoederen, lachen met een ander… Dit is de ideale leeftijd om een kind zich te laten verontschuldigen aan een ander kind wanneer hij iets gedaan heeft die het ander kind niet wou.

EDUCATIEVE EN ONTSPANNENDE SPELLETJES

  • Potloden laten sorteren naargelang kleur
  • Vormpjes laten sorteren naar gelang vorm
  • Van de eettafel een huisje maken
  • Schilder een zon en een maan en teken er dingen bij die we tijdens de dag en nacht doen.
  • Laat de kleuter je nadoen
  • Verkleedkleren
  • Winkeltje spelen
  • Schoonheidssalonnetje spelen
  • Een pop en een beer zijn in deze leeftijdsfase erg belangrijk omdat hij zaken die hij ziet van mama zal nadoen met/op beer/pop

16:38 Gepost door Kidsfun, in samenwerking met gezondheidshoekje.com in Ontwikkeling | Permalink | Commentaren (1) | Tags: sociaal, spelen, psychisch, fysiek, onthouden, verzetten, fantaseren |  Facebook |

1.5-2jaar

Ontwikkelings-cursus 

Ontwikkeling van een kind tussen 1.5 - 2 jaar

FYSIEK

disneybabies_mickeymouse_06

  • De mijlpaal van dit half jaar is ongetwijfeld: de zindelijkheid! De zindelijkheid gaat niet zomaar: er gaat een training aan vooraf: de zindelijkheidstraining.
  • Er zijn een paar voorwaarden waar het kind moet aan voldoen om te kunnen beginnen met de zindelijkheidstraining:
  •  
    • Het kind moet het zelf willen: zonder wil is er geen weg
    • Het kind moet het kunnen: voelt het kind al dat het moet gaan? Kan hij z’n sluitspieren al controleren?
    • Het kind moet het begrijpen: snapt het kind de link tussen “plassen” en “het potje”?
    • Het kind geeft de eerste signalen, ga dan samen met het kindje een potje kopen: neem een potje die hem erg aanspreekt. Signalen kunnen zijn
    • Het kind toont (of zegt) dat zijn luier vies is
    • Na het middagdutje is het kind nog droog
    • Zet hem dan om de x aantal uur op het potje. Zet hem niet langer dan 5 minuten op het potje. Gebeurt er iets in het potje? Dan is het feest! Is er niets gebeurt in het potje? Ook goed: niet getreurt: volgende keer beter.
    • Voelen dat er “iets” op komst is
    • Wanneer het kind na een bepaalde periode zelf kan duidelijk maken dat er “iets” op komst is, kun je het kind belonen. Het kan zijn dat – tegen hij het je laat weten – het al te laat is… maar dat geeft niet want er is al een grote stap vooruit gemaakt: het kind beseft dat er “iets” op komst is! 
    • Het is evengoed mogelijk dat het kind ook zomaar om het potje gaat vragen. Dat kan omdat hij wil oefenen, omdat hij in zijn koppigheidsfase is of omdat hij nog niet zeker is
  •  Herval
    • Het is goed mogelijk dat een kind, die al zindelijk is, ineens terug hervalt en opnieuw aan de luiers moet. Dat komt vooral voor bij stress momenten: nieuwe baby in het gezin, eerste keer bij de OM, ziekte,… Ze kunnen ook wel eens vergeten dat ze naar het potje moeten: ze zijn intens geconcentreerd op het verhaaltje dat mama voorleest en vergeten dat ze iets moeten doen met het “plassignaal” dat hun lichaam geeft.

Maar naast de zindelijkheid is er nog wel het één en ander merkwaardigs in de fysieke ontwikkeling: het kind kan nu ook tegen een bal schoppen, op een verhoog kruipen, lopen, zijn rits openen en met hulp de tanden poetsen.

PSYCHISCH

disneybabies_mickeymouse_01

Het psychische aspect van de ontwikkeling blijft voorlopig nog even zoals het is.

SOCIAAL

disneybabies_minnimouse_14

  • Eenvoudige zinnetjes vormen de hoofdzaak van de sociale ontwikkeling tussen 1,5 – 2 jaar. “Wat is dat” wordt het favoriete zinnetje, evenals het woordje “waarom”?
  • Hij begrijpt ook steeds meer en stelt zijn dagelijkse doen nu zoveel mogelijk in het werk om ten gunste te komen van de volwassene.
  • Volwassenen zijn uitermate belangrijk voor ‘m: ongeacht welke volwassene. Hij wil een heen-en weergesprek creëren, op de schoot genomen worden, een handje krijgen,…
  • Rituelen zijn erg belangrijk voor het kind: het geeft hem zekerheid en geborgenheid.
  • Maar ter gelijke tijd begint hij ook te beseffen dat hij zelf iemand is met een eigen wil, eigen vaardigheden.
  • Hij speelt nog altijd het liefste alleen.

EDUCATIEVE & ONTSPANNENDE SPELLETJES

  • Doe alsof spelletjes
  • Blokkenstoof
  • Inlegpuzzel
  • Stapelkubussen
  •  Wat de verzorger zegt moet het kind uitvoeren (handjes in de lucht… stampen op de grond…)
  • Stapfiets
  • Huishoudentje spelen
  • Met water & zand spelen
  • Blad papier om op te krabbelen, aan te scheuren,…
  • Bal om op te schoppen, achter te rennen,…

16:26 Gepost door Kidsfun, in samenwerking met gezondheidshoekje.com in Ontwikkeling | Permalink | Commentaren (0) | Tags: spelletjes, sociaal, psychisch, fysiek, zindelijkheid, eerste zinnetjes, zindelijkheidstraining |  Facebook |

1-1.5jaar

Ontwikkelings-cursus

Ontwikkeling van een kind van 1 – 1.5 jaar

FYSIEK

disneybabies_mickeymouse_06

  • Rond 15 maanden leert het kind zelfstandig stappen. Dat zorgt ervoor dat het kind een stuk hoger kan reiken hij zichzelf kan voortbewegen, zelf kan bepalen waar hij naar toe wil en dus ook de wereld op een volledig andere manier begint te bekijken. Hij zal zowiezo ook nog wel kruipen, vooral in situatie’s waar hij niet zeker van z’n stuk is. Stappen is z’n favoriete bezigheid.
  • Voor de fijne motoriek is het kind in staat om:
    • Een lichaamsdeel aan te duiden met de vinger
    • Zelf een beker vast te nemen en te drinken.
    • Zelf een lepel vast te houden, en te eten maar wel nog met morsen
    • In tijdschriften en boekjes bladeren
    • Potjes open te draaien
    • Voorwerpen opnemen, afgeven en verleggen

PSYCHISCH

disneybabies_mickeymouse_01

 

  • Experimenteren en nieuwsgierigheid zijn dé sleutelwoorden tijdens deze leeftijd op psychisch vlak, omdat de sensomotoriek al duidelijk uitgebreid is: vb: ik zie de kattenbak à ik ken dat nog niet à ik ga naar de kattenbak à ik neem de inhoud eruit om te experimenteren
  • De denkpatronen zijn nog altijd ongeveer dezelfde
    • Het kind is nog niet in staat om een onderscheid te maken tussen werkelijkheid en fantasie, levenloze zaken en levende zaken (stoute stoel, als hij tegen de stoel loopt). Dat kan hem ook angstig maken voor situatie’s, patronen, mensen of voorwerpen.  
    • Hij denkt vooral in het hier en nu maar kan nog onmogelijk in het verleden denken of in de toekomst,
    • hij houd ook sommige zaken nog niet vast in het geheugen: zo kan het gebeuren dat een kruipende baby vb toch aan het tafellaken trekt terwijl je zopas nog gezegd hebt dat hij dat niet mag doen. Hij is het vergeten.
    • Bovendien is hij egocentrisch: hij is nog niet in staat om zich empatisch op te stellen. Zo kan papa niet door de telefoon zien met welk speelgoed hij gespeeld heeft deze middag… 

SOCIAAL

disneybabies_minnimouse_14

 

  • In dit stadium is het kind minder moedergericht maar eerder “oudergericht”. Papa speelt ook al een grote rol in z’n leventje. Hij zal dan ook duidelijk aan beide ouders laten blijken dat hij gek op hen is: zelf naar z’n ouders toekomen, zoentjes geven, doen wat mama en papa zeggen…
  • Hij kan al meer omgaan met tijdelijke scheidingen: de scheidingsangst is al beperkter. Anderzijds is ook vreemdenangst al minder van toepassing: hij laat al andere mensen toe tot zijn omgeving zoals oma & opa.
  • Het kind speelt nog steeds het liefst alleen maar beseft nu wel dat andere kinderen geen speelgoed zijn. Hij durft ook al eens contact leggen met andere kinderen door ernaar te lachen, te kraaien, aan te raken,… (denk aan het egocentrisme)
  • Rond deze leeftijd is de eerste stap naar socialisatie aangebroken:
  • hij leert de eerste waarden en normen kennen: dank je zeggen nadat je iets krijgt, luisteren naar mama & papa, niet trekken aan de staart van de poes,… Onthoud dat dit weliswaar nog steeds in en beperkte mate blijft voorlopig!
  • Hij leert het vooral door te horen van de verzorgers en door te imiteren.
  • Dat zorgt er ook voor, als het kind jou niet meer ziet, ook het verbod wegvalt. 
  • Regels en afspraken zijn dus essentieel aan het worden: maak gebruik van patronen en betrek het kind zoveel mogelijk bij de zaken die je onderneemt. Besef wel dat overal “neen” op antwoorden kan uitdraaien tot een angstig kind. “Niet aan het kattenvoer komen, niet aan mama’s nagellakpotje komen, niet aan ons hondje komen, niet bij de zetel komen…”
  • Verwennen is natuurlijk ook niet de bedoeling: dit kan uitdraaien tot een tiranniserend kind: denk eraan dat hij egocentristisch is.
  • Opvoedingstips bij waarden en normen:
    • Herhaal veelvuldig wat kan en niet: onthoud dat hij de afspraak kan vergeten zijn
    • Besef als jij weg bent, het verbod weg is
    • Beperk het aantal regels en normen in het begin
    • Stel geen onmogelijke verwachtingen
    • Consequentie: nu neen, is ook later neen. Als mama neen zegt, zegt papa ook neen.
    • Schreeuwen heeft geen zin: ga op dezelfde hoogte van het kind zitten en leg uit waarom iets niet kan. Ga na of het kind het wel begrepen heeft.
    • Belonen heeft een positievere invloed dan straffen.

EDUCATIEVE & ONTSPANNENDE SPELLETJES

  • Laat het kind naar je toe komen
  • Leg het favoriete speelgoed van het kind op x aantal meter en laat hem er naar toe stappen
  • Mooie, kleurrijke, muziekrijke wandelrekjes geven aanzet tot wandelen
  • Geef hem een doos met blokjes en laat hem die vullen en l
    eggen
  • Inlegpuzzels (figuur rechts onder)
  • Geef snoepjes in verschillende kleuren en laat hem die sorteren
  • Stapelkubussen (figuur links onder)
  • Blokkenstoof (figuur midden onder)
  • Voorlezen
  • Zelf in (karton)boekje bladeren
  • Speelgoed om vooruit te duwen of achter zich te slepen

16:17 Gepost door Kidsfun, in samenwerking met gezondheidshoekje.com in Ontwikkeling | Permalink | Commentaren (0) | Tags: spelletjes, ontwikkeling, geheugen, spelen, verwennen, eerste stapjes, fijne motoriek, 1-1 5jaar, waarden normen |  Facebook |

0-1 jaar ontwikkeling

Ontwikkelings-cursus

Ontwikkeling van een kind van 0 - 1 jaar  

FYSIEK

Myspace Graphics

  • Een pasgeborene is ongeveer 50 cm groot en weegt ongeveer 3400g. Gedurende de eerste dagen na de geboorte is er meestal een gewichtsverlies maar dat wordt gedurende het eerste levensjaar ruimschoots gecompenseerd: tegen de 5de maand weegt de baby al ongeveer het dubbele van bij zijn geboorte! Bij zijn eerste verjaardag zal hij zelfs tot 3x zijn geboortegewicht bereikt hebben.
  • De ontwikkeling van de motoriek (beweging) loopt van boven naar beneden.
  • Eerst vertevigen de nekspieren zich waardoor het kind al na 2 -3 maand zijn hoofd kan optillen vanuit buiklig. Dat betekent dat het kind binnen een paar maand in staat is om zijn hoofdje zelf in bedwang te houden zodanig dat het niet achterover valt als je het loslaat. Vanzelfsprekend is de belangrijkste bezigheid in dit ontwikkelingsstadium het rondkijken (zien) en voelen. Een baby van 2 à 3  maand ziet het best felle kleuren en voorwerpen die op een afstand gehouden worden van 20 à 30 cm. Daarnaast merk je dat het kind ook intens geniet van aanrakingen (voelen).
  • Eerst verstevigen de nekspieren zich waardoor het kind al na 2 à 3 maand zijn hoofd kan optillen vanuit buiklig. Dat betekent dat het kind binnen een paar maand in staat is om zijn hoofdje zelf in bedwang te houden zodanig dat het niet achterover valt als je het loslaat. Vanzelfsprekend is de belangrijkste bezigheid in dit ontwikkelingsstadium het rondkijken (zien) en voelen. Een baby van 2 à 3  maand ziet het best felle kleuren en voorwerpen die op een afstand gehouden worden van 20 à 30 cm. Daarnaast merk je dat het kind ook intens geniet van aanrakingen (voelen).
  • Daarna verstevigen de schouderspieren zich rond 4 à 6 maand, waardoor het kind zich kan oprichten vanuit buiklig. In dit stadium zal het kind er alles aan doen om zich te draaien van op zijn buik, naar zijn rug. Nu begint eveneens het moment van de oog-handcoördinatie: de sensomotiek. Hij grijpt met de volle hand een voorwerp vast en brengt het naar de mond want de mond is op dit ogenblik de belangrijkste bron van ontdekken: hij bijt op speelgoed, op zijn voetjes,… Daarnaast is ook te merken dat hij soms al kan reageren op geluiden: hij kijkt op als hij een deur hoort vb.
  •  Vervolgens verstevigen de rugspieren zich rond de 7de maand, waardoor het kind in eerste instantie kan opzitten met hulp, en later kan opzitten zonder hulp. Nog later kan hij zelfs al rond zijn as draaien terwijl hij neerzit. Dat zorgt ervoor dat hij de wereld volledig anders gaat bekijken: hij is volop in zijn experimenteerperiode. Eerst en vooral worden de dingen goed betast met de handen (hij leert nu warm/koud/ruw/glad/hard/zacht kennen) en daarna verdwijnt het opnieuw naar de mond. De baby is bijzonder aandachtig voor details: kleine gaatjes, loszittende stukjes, knopjes om in te drukken,…
  • Tot slot verstevigen de beenspieren zich rond 10 maand, waardoor het kind kan kruipen, later rechtstaan en nog later stappen met hulp en stappen zonder hulp. Voor het eerst is hij nu ook in staat om de pincetgreep uit te voeren (greep tussen wijsvinger en duim). Dat verbreed de kijk op de wereld waardoor hij bepaalde zaken al wil gaan nadoen: net als de volwassene de neus aanduiden vb, of zelf al eens de lepel vasthouden…
    • In het begin is de baby dus nauwelijks in staat om te veranderen van houding. Zijn reflexen zijn de belangrijkste bron van de sensomotoriek
      • Zuigreflex
        • Aai de wang van de baby en hij zal zijn hoofd naar je hand draaien
      • Stapreflex
        • Duw met de platte hand op de voetzool van de baby en hij zal duwen aan je hand. Zo kan hij ook al eens een stapje verzetten met zijn voet.
      • Grijpreflex
        • Wanneer je de handpalm van de baby aanraakt met je vinger, opent hij zijn handje en grijpt hij je vinger vast.
      • Mororeflex
        • Wanneer een baby schrikt, zal hij zijn armen en vingers openzwaaien en daarna terug dicht zwaaien (alsof hij een stevige knuffel geeft)
      • Babinski reflex
        • Wanneer je de voetzool van de baby aanraakt zal hij zijn  tenen spreiden en daarna terug dicht knijpen: alsof hij wil grijpen met zijn voet.
      • Vertraagde oogreflex
        •  In het begin zullen de ogen trager draaien dan het hoofdje.
  • De baby reageert het best op de hoge toonhoogtes (horen). Van nature uit zullen volwassenen daarom automatisch op een hogere toon spreken wanneer ze een baby aanspreken.
  • Hij merkt nu stilletjes aan een verschil op in smaken: wanneer een moeder borstvoeding geeft en iets gegeten heeft dat de baby minder bevalt, zal hij minder moedermelk drinken. (smaken)
  • Tijdens de eerste weken na de geboorte ruikt (ruiken) de baby het verschil tussen zijn eigen moeder en een andere (zogende) vrouw.
  • Vergeet bovendien niet dat de tandjes zullen doorbreken rond de 5de levensmaand.

PSYCHISCH 

Myspace Graphics

  • Alles wat de baby in eerste instantie waarnam, zal hij onbewust opnemen.
  • Rond 6 weken is hét moment van de sociale glimlach: hij lacht naar iedereen en alles. Pas vanaf 8 maand maakt hij een verschil naar wie hij lacht: naar de buurvrouw lacht hij niet, maar naar mama wel vb. Dat stelt hem in staat om voor het eerst een “persoonlijkere” relatie aan te gaan.
  • Vanaf 6 à 7 maand begint het geheugen verbeteringen te maken. Hij begint stilletjes aan te beseffen dat, wat hij niet meer ziet, daarom ook niet verdwenen is van de aardbol (objectpermanentie). Door z’n groter waarnemingsbesef maakt de baby al onderscheid in verschillende patronen (mama doet de pyjama aan, ik zal moeten slapen), hij maakt zelf duidelijk of hij iets graag eet of niet, hij reageert wanneer je z’n naam noemt. Dat betekent natuurlijk niet dat hij al een zeer groot geheugen heeft: het is zelfs eerder beperkt maar toch is de baby al in staat om waarnemingen in beperkte mate te interpreteren. Vooral imitatie is hier van belang.
  • Hij denkt vooral in het hier en nu maar kan nog onmogelijk in het verleden denken of in de toekomst,
  • Hij houd ook sommige zaken nog niet vast in het geheugen: zo kan het gebeuren dat een kruipende baby vb toch aan het tafellaken trekt terwijl je zopas nog gezegd hebt dat hij dat niet mag doen. Hij is het vergeten.
  • Bovendien is hij egocentrisch: hij is nog niet in staat om zich empatisch op te stellen. Zo kan papa niet door de telefoon zien met welk speelgoed hij gespeeld heeft deze middag… 

Het kind is nog niet in staat om een onderscheid te maken tussen werkelijkheid en fantasie, levenloze zaken en levende zaken (Samson kan écht praten). Dat kan hem ook angstig maken voor situatie’s, patronen, mensen of voorwerpen.

SOCIAAL

Myspace Graphics

 

 

Het is begrijpelijk dat de baby begint te huilen bij de geboorte want hij wordt van zijn vertrouwde omgeving ineens in een wereld gebracht waarin geluiden veel luider zijn, er veel feller licht is, het ineens een stuk drukker is…  Troosten kan op verschillende manieren:

Wrijven over de huid van de baby

  • Wiegen
  • Baby op de buik leggen
  • Fopspeen geven
  • Ritmisch op het ruggetje van de baby tokkelen
  • Zachjes zingen

  • Er zijn veel redenen waarom een kind kan huilen:
    • Honger, dorst
    • Krampen
    • Koorts
    • Koud
    • Eenzaamheid
    • Natte luierne
    • Pijn
    • Verveling
  • Maar binnen de kortste keren bouwt de baby een zekere band op met zijn verzorgers, in het begin gaat die vooral over het fysieke: hij ruikt mama, hij hoort mama’s stem, hij smaakt moeders melk,...
  • Het enige communicatiemiddel voor de pasgeborene is huilen: het is aan de verzorgers om de verschillende huiltjes te leren kennen. Hij voelt zich wel getroost als hij zijn verzorger ruikt, hoort, ziet… , dat is merkbaar aan zijn glimlach. Hij raakt emotioneel gehecht aan zijn verzorgers.
  • Vanaf een half jaar tot een jaar gaan we de baby als “moederskind” beschouwen: van zodra het in de mogelijkheid is om zich zelf te verplaatsen, zijn moeder zal opzoeken. Het is mogelijk dat de baby begint te huilen als het iemand anders dan zijn moeder ziet: hij heeft last van vreemdenangst (rond 8 maand) en scheidingsangst.
  • Hij kan/wil z’n speelgoed wel al afgeven, maar wil het in een mum van tijd terug
  •  Hij weet snel hoe hij de aandacht van z’n mama kan opeisen
  •  Hij kan bepaalde handelingen achter doen (neusje pakken, klappen in de handjes,...)
  • Andere baby’s zijn voorlopig in de ogen van het kind jonger dan een jaar, speelgoed. Daardoor kunnen de eerste ruzies ontstaan.

EDUCATIEVE & ONTSPANNENDE SPELLETJES

  • Knuffelen van het kind
  • Strelen van de voetzool, wang, handjes,…
  • Babymassage
  • Mobile met felle kleuren hangen, op een 20 à 30 cm van het kindje
  • Voelmat
  • Rondlopen met de baby en ondertussen voorwerpen benoemen
  • Voorwerpen aanreiken, laten afgeven
  • Voorwerp op x aantal cm voor de baby leggen zodanig dat hij zelf moet reiken naar het voorwerp
  • Activity center
  • Kinderliedjes zingen
  • Blokkentoren laten omgooien
  • Prentjes bekijken 
  •  Zeepbellen pakken
  • Baby laten kruipen tussen je benen, tussen ballonnen, over een kussen,... 

MEEST VOORKOMENDE ZIEKTEN & KWAALTJES (ook voor andere leeftijden)

  •  Koorts

    • We kunnen van koorts spreken bij een kind, wanneer de lichaamstemperatuur hoger is dan 38.2°C. Het is geen ziekte, maar wel een signaal dat er iets fout gaat in het lichaam. Wanneer een kindje koorts heeft ga je eerst en vooral kijken of het kind niet te warm is toegedekt, aangekleed… Zorg ook voor een gezonde kamertemperatuur (20°C is zeker voldoende). Ga niet zomaar experimenteren met een koortswerend middel, geef dat enkel wanneer de huisarts je dat aangeraden heeft. Sowieso mag het kind niet in een korte tijd afkoelen: geef hem een afkoelingsbadje met lauw water. Begin met een badje van 37°C en ga stapsgewijs naar beneden met de watertemperatuur. Geef het kindje wat extra drinken en raadpleeg de arts.

  • Koortsstuipen
    • Stuipen zijn een onwillekeurige samentrekking van de spieren die voorkomt bij hoge koorts. Stuipen komen regelmatig voor bij jonge kinderen. De oorzaak ligt bij een elektrische ontlading in de hersenen ten gevolge van de hoge lichaamstemperatuur. Normaal duren stuipen maximum een paar minuten en komen ze enkel voor wanneer het kindje koorts heeft. Merk je dat het kindje toch "stuipen" heeft zonder de voorgaande factoren, of dat het kindje jonger is dan 6 maand, dan neem je best contact op met de arts. Het gaat hier om symptomen als onwillekeurig samentrekken van de spieren, verstijven, hoge koorts, bewusteloosheid, roodheid van de huid, trillende bewegingen van het lichaam, veranderde ademhaling. Wanneer het kind koortsstuipen krijgt is het belangrijk om de koorts te laten zakken. Dat kan door het geven van een afkoelingsbadje (lauw-warm badje). Anderzijds zal men ook hulp moeten vragen aan een arts.
  • Verkoudheid
    • Bij verkoudheid zijn de ademhalingswegen besmet met een virus. Dit kan gepaard gaan met een verstopte neus, niezen, lichte verhoging, keelpijn, hoest, hoofdpijn, oorpijn, tranende ogen, pijnlijke lymfeklieren in de hals, koortsuitslag en verlies van smaak en reuk. Bij patiënten met astma of chronische benauwdheid en bij zuigelingen kan extra benauwdheid optreden. Bij verkoudheid raken ook vaak de kaak- en voorhoofdsholte ontstoken, waardoor kies en hoofdpijn optreden. Een verkoudheid duurt niet lang, meestal een week.Verkoudheid wordt veroorzaakt door besmetting met een verkoudheidsvirus. Er bestaan vele soorten. Het is onmogelijk om verkoudheid te voorkomen. Een goede lichamelijke weerstand en een goede conditie kunnen wel de klachten verminderen. Zorg in ieder geval voor een goede nachtrust, een goede luchtvochtigheid en ventilatie in de leefomgeving en drink voldoende. Vaak en krachtig snuiten prikkelt het slijmvlies in de neus en zorgt ervoor dat besmet slijm in de voorhoofdsholten en oren kan komen. Daarom is het beter de neus niet te hard te snuiten, of beter nog op te halen.
  • Diarree
    • Diarree is de term die men gebruikt wanneer men het heeft over té vloeibare ontlasting óf als men vaker ontlasting heeft dan normaal. Meestal gaat diarree na een twee tot drietal dagen vanzelf voorbij, als dat niet het geval is, dan is het beter om de huisarts te contacteren. Men spreekt van "chronische diarree" als deze langer dan 2 weken aansleept. Stress, spanning, gejaagdheid, inname van bepaalde voedingsmiddelen, een eenzijdige voeding, bedorven of besmet voedsel nuttigen, overmatig gebruik van vitamines, voedselintolerantie, bijwerkingen van sommige geneesmiddelen, overmatig gebruik van laxeermiddelen, afwijking van de darmwand, infectie, buikgriep, slechte hygiënisch onderhoud,… kunnen allemaal zorgen voor diarree. Als diarree langdurig aansleept en niet voldoende gecompenseerd wordt met de opname van vocht, kan men te maken krijgen met uitdroging (dehydratatie). Vooral bij baby's, peuters, kleuters en bij ouderen is de kans groot op deshydratatie.Bepaalde medicijnen zijn ook minder werkzaam nadat er diarree geweest is bij de patiënt (denk maar aan de pil). Diarree zorgt er ook voor dat bepaalde mineralen, vitamines en voedingsstoffen te weinig (of niet) opgenomen worden door het lichaam. De meest voorkomende klachten zijn winderigheid, opgeblazen gevoel in de buik, vaker moeten ontlasten, ontlasting is vloeibaar(der) dan normaal, buikpijn, ongemakkelijk gevoel in de buik/darmen. De preventie bestaat uit het eten van havervlokken, rijpe banenen en appels, veel water te drnken, evenwichtige en gevarieerde voeding te nuttigen en geen abrupte veranderingen in het dieet toe te passen.
  • Krampen
  • Constipatie
    • Constipatie of verstopping is een vaak voorkomend probleem waar men zelf veel kan aan doen. Bij constipatie ondervind de patiënt problemen bij de ontlasting. Dat kan gaan over een té harde stoelgang, te weinig stoelgang maken, pijn bij de onlasting, onregelmatige stoelgang, veranderde stoelgang of erg droge stoelgang. Men kan pas van constipatie spreken als de patiënt minder dan drie keer per week ontlasting heeft. Voeding met een stoppend effect zijn o.a banenen, beschuit, witte rijs, rode wijn, meel, melk, hardgekookte eieren, wit brood, toast,…

MEEST VOORKOMENDE ONDERZOEKEN (ook voor andere leeftijden)

  •  Gewicht, lengte, schedelomtrek
  • Gehoortest
  •  Van Wiechenonderzoek (opvolging van gewicht, lengte, schedelomtrekt etc)
  • Vaccinatieschema
    • 2 maanden 
      • Hepatitis B (HepB), pneumokokken (Pneu) en rotavirus
    •  3 maanden
      • Drifterie, kinkhoest, tetanus, poliomeylitis (DKTP) - Haemophilus influenzae type B (Hib) 
      • Hepatitis B (HepB), rotavirus
    • 4 maanden
      • Drifterie, kinkhoest, tetanus, poliomeylitis (DKTP) - Haemophilus influenzae type B (Hib)
      • Hepatitis B (HepB), pneumokokken (Pneu) en rotavirus
    • 12 maanden
      • Bof, mazelen, rode hond (BMR)
      • Pneumokokken (Pneu)
    • 15 maanden
      • Drifterie, kinkhoest, tetanus, poliomeylitis (DKTP) - Haemophilus influenzae type B (Hib) 
      •  Hepatitis B (HepB) en Meningococcen type C (Men C)
    • 5 - 7 jaar
      • Drifterie, kinkhoest, tetanus, poliomyelitis (DKTP)
    • 10 - 13 jaar
      • Bof, mazelen, rode hond (BMR)
      • Hepatitis B(HepB)
    • 14 - 16 jaar
      • Drifterie
      • Tetanus
    • Drifterie, kinkhoest, tetanus, poliomeyelitis (DKTP) - Haemophilus influenzae type B (Hib) 

14:39 Gepost door Kidsfun, in samenwerking met gezondheidshoekje.com in Ontwikkeling | Permalink | Commentaren (0) | Tags: sociaal, psychisch, onderzoeken, fysiek, kwaaltjes, 0-1jaar |  Facebook |

02-08-08

Ontwikkeling van het kind

Ontwikkelings-cursus

Ontwikkeling van het kind

Leren stappen, leren schrijven, leren rekenen, leren samenspelen, leren fietsen, jezelf leren kennen... Wat een lijst! En dit is slechts een greep uit het ontwikkelingsproces van het kind. En dan nog bedenken dat je kind al die zaken in een paar jaar tijd onder de knie heeft! Zijn kinderen geen ontwikkelings genieën?

Zoals je ziet, het ontwikkelingsproces is ontzettend uitgebreid. Maar om wat klaarheid te schenken in dit uitgebreide proces, geef ik je graag een korte samenvatting:

Laat ons het eerst hebben over de fysieke ontwikkeling, de lichclipmickeybaby1amelijke ontwikkeling zeg maar. Die splitst men in 3 verschillende subcategorieën: de lichaamsontwikkeling, de fijne motoriek en de grove motoriek. Het eerste waar je waarschijnlijk aan denkt bij het horen van "lichamelijke" ontwikkeling is waarschijnlijk het groeien. Dat is nu net een onderdeel van de lichaamsontwikkeling. Maar naast groeien, bestaat de lichaamsontwikkeling ook uit de "lichaamsrijpheid". Die lichaamsrijpheid zal vooral de bovenhand nemen tijdens de puberteit: menstrueren, zwaarder wordende stem,...  Zoals eerder vermeld is er naast de lichaamsontwikkeling ook nog de grove motorische ontwikkeling. Het gaat hier om de "grove" bewegingen die het kind aanleert: fietsen, stappen, springen, de trap opgaan,...  Alle zwierige en zwaaerige bewegingen dus. En we sluiten het rijtje van de fysieke ontwikkeling af met de fijne motoriek. De fijne, detailbewegingen zeg maar: schrijven, tekenen, een dopje afdraaien, een pareltje oppikken, neusje snuiten...

Het tweenewb30de onderdeel van de ontwikkeling is de psychische ontwikkeling en dat is is heel wat meer dan leren spreken. Men deelt de psychische ontwikkeling in 3 subcategorieën: de cognetieve ontwikkeling, de wilsontwikkeling en de emotionele ontwikkeling. De cogentieve ontwikkeling is ongetwijfelt de grootste brok: dit omvat nl de taal, de waarneming, het denken en het geheugen. Met andere woorden: leren spreken, leren luisteren, leren begrijpen, logische verbanden leggen, structuren herkennen... De wilsontwikkeling is dan eerder de basis tot het zelfstandig worden: de intense en aangeboren wil om te evolueren tot een zelfstandig individu. Tot slot krijgen we in de psychische otnwikkeling ook nog een flinke brok emotionele ontwikkeling te verwerken. Huilen kunnen we allemaal al van bij de geboorte, maar hoe reageer jij op een stress situatie? Wat doe jij als je boos bent?...

Als derde, en laatste puntje imay111n het ontwikkelingsproces is er ook nog de sociale ontwikkeling. Wie ben ik? Wat kan ik? Ben jij speelgoed? Is mama speelgoed? Kan papa ook pijn hebben? Inderdaad: de sociale ontwikkeling gaat over het kind met zichzelf, het kind met andere kinderen (jonger of ouder) en het kind met de volwassene.

19:41 Gepost door Kidsfun, in samenwerking met gezondheidshoekje.com in Ontwikkeling | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ontwikkeling, sociaal, psychisch, fysiek |  Facebook |